K02 Het Orgel met aanverwante instrumenten
Als we het hebben over een orgel, dan is de keuze daarin erg groot. We kennen draaiorgel of straatorgel, hammondorgel, mondorgel, harmonium accordeon maar vooral het kerkorgel.
Ook binnen die laatste categorie is de keuze groot. Je hebt tegenwoordig elektronische orgels en vooral ook het klassieke kerkorgel in alle soorten en maten. Een kerkorgel staat dus in de kerk en soms meerdere exemplaren. In Nijmegen hebben we bijvoorbeeld het grote König orgel achterin met daarnaast de diverse orgels in de kapellen en de koororgels, die een stuk kleiner zijn en de optredende koren vooruit moeten helpen.
In feite hebben we twee manieren van geluid maken bij orgels: tongen, zoals bij accordeons of mondharmonica's en de "stem". Hier is er een trillend lipje (tong, stemband) dat door windkracht wordt aangeblazen. De toonhoogte van zo'n lipje ligt redelijk vast en het is een kwestie van klankbuis of klankholte om dat goed te kunnen horen.
De andere manier is een die een riet (hobo, fagot, sax, klarinet, grasspriet) waarbij lucht door een spleet gaat en de toonhoogte wordt bepaald door de trilholte (pijp) die erachter zit. Bij een orgel dus vele pijpen, bij een blokfluit op de gaatjes drukken om de lengte te variëren.
Orgels dateren uit de Romeinse tijd. Er werd waterdruk gebruikt om de pijpen van constante druk en daarmee geluid te voorzien. Een opname van een replica van een Romeins Orgel. Lucht gaat in een waterbak, om blijkbaar de druk constant te houden. Door een pijpje open te zetten komt er lucht door en dus geluid uit. We hebben het over 300BC!!
Tonginstrumenten
Om de werking van het orgel beter te begrepen is de mondharmonica instructief. Hier wordt letterlijk de lucht door de tonggaatjes (gaatje met een bewegend lipje) geblazen, waarbij inademen een andere toon geeft dan uitademen.
Het ding is meestal diatonisch (dus alleen standaard toonladder met grondtoon C of een andere), maar kan met een schuif een halve toon hoger worden gemaakt. Mondharmonica's staan dus in een toonsoort en hebben een beperkt bereik.
We luisteren Toots Thielemans. De virtuoos op dit instrument: Bluesette
Een nog meer basic tonginstrument is de tong drum. Het is een soort UFO met metalen lippen (tongen), die je kunt aanslaan met je handen of een stokje. Een YT video. Dus niet blazen maar aanslaan van een trillende lip (tong).
Een wat grotere soort in de tongeninstrumenten is de accordeon. Ook deze hebben je in alle soorten en maten. Bandoneon, knoppen, toetsen. Het woord accordeon heeft ermee te maken dat je links de akkoorden maakt met knoppen en rechts de melodie met een klavier. Hoe meer bassen hoe groter de accordeon.
We luisteren naar de zusjes Van Wanrooij uit Wijchen met klavier/knoppen accordeon. Overigens spelen de meeste professionals op dubbel knoppen. Met rechts melodieknoppen en links de akkoorden.
De bandoneon heeft alleen maar knoppen en geen klavieren en ook geen akkoorden, terwijl in- en uittrekken verschillende toonhoogtes geeft. Daarom is het een heel moeilijk instrument. We hebben onze Carel Kraayenhof met Adios Nonino (die van het maxima-traantje)
Terug naar het orgel
Pas in de vroege Middeleeuwen krijgt het orgel onze gedaante met pijpen, waarbij de lucht via blaasbalgen in de pijpen werd geblazen. Bij grote orgels was dat best een zware klus (nu gaat dat elektrisch). Ook bij orgels kennen we tongen (tong-register), maar natuurlijk ook "fluiten" in hout of metaal.
Orgels bestaan uit pijpensets. Iedere set heeft een bepaalde stem (Register), die we dan weer op verschillende kunnen aanspreken. Dat kan dus behoorlijk uit de klauwen lopen. Een orgel kan zo maar duizenden pijpen hebben. Kleine orgels zo'n honderd. Heel grote orgels tienduizenden! De samenstelling van een orgel noemen we dispositie. Soms vijf registers, soms in de honderden met allerlei combinaties.
Het betekent dat één toetsenbord (Manuaal) niet genoeg is. Dat kan oplopen tot vijf met ook nog eens voetpedalen. Een groot orgel heeft dus Manualen, Pijpen (Hout of metaal) en daartussen een uiterst ingenieus systeem van lucht om de verbinding te leggen tussen toets, register en pijp. Destijds was het orgel het meest complexe "ding" wat er bestond (samen met de drukpers en later mechanische telefoon distributiesystemen).
Omdat kerken groot zijn, kun je er ook iets groots kwijt. Het was natuurlijk ook een statussymbool. Rijkdom. Pijpen werden in voeten uitgedrukt (30cm). 8 voetspijpen leveren de normale stemhoogte, terwijl 32 voeter 2 octaven lager klinken (32x30=10meter, bij halfopen pijpen (gedekt, heet dat) moet je de fysiekelengte weer door twee delen en kom je op 5 meter) en dat is aanzienlijk natuurlijk. Bedenk ook, dat kerken de klankruimte van een orgel vormen. De nagalm van een toon kan in de seconden lopen. Ik check het wel eens door een keer in mijn handen te klappen.
Je vindt orgels ook in bioscopen en concertzalen. Maar je begrijpt,elektronisch geluid heeft de pijporgels alleen nog in kerken achtergelaten. Orgels en het onderhoud ervan is peperduur. Tegenwoordig kun je elektronisch ook nog eensvan alles nabootsen (synthesizers).
We gaan eerst eens op bezoek bij Dirk Luymes. Hij is Nederlands meest bekende harmoniumspeler uit Nijmegen. Het harmonium ontstond rond 1850 in Frankrijk en stond al gauw in menig protestants christelijk huishouden.
Het instrument krijg dan ook al gauw de bijnaam psalmenpomp. Dirk laat zien dat je er toch wel wat meer mee kunt. Je kunt dynamiek spelen (hard en zacht) en vibrato (trillen). We horen "inventieven" van Jacques Reuland (1918-2008).
De Amerikanen hebben natuurlijk het grootste orgel met 30,000pijpen. Maar met een paar duizend pijpen is iedereen ook wel tevreden. Nijmegen heeft zijn Königorgel (1717-1789) met 3 manualen en een voetpedaal, 54 registers, en 3600 pijpen. In de oorlog verwoest en allemaal weer opgeknapt.
Twee stukjes van Bach op een klein en een groot orgel. Bach is nu eenmaal de barokcomponist op het orgel. Organist was destijds een goed betaald baan en een van de weinige plekken waar je je muziek kon laten horen, als was het natuurlijk wel vaak religieuze muziek. (Notre Dame, Leipzig, Breslau, Utrechtse Dom en nog 6 kerken, Stevens Kerk).
De oude Voetius (Voet) wilde niets weten van orgels in de eredienst (te "rooms"), dus dat viel niet mee. Later kwam dat wel weer goed.
Bach op een Kistorgel met een paar honderd pijpen
En een Koraal in de ThomasKirche Leipzig tienduizenden pijpen
Op dit moment is er net een nieuwe Bach uit: Chaconne BWV 1178
Een kort tijds overzicht
Renaissance: Pierre Attaingnanie (1500), met een tourdion op een orgel uit 1600
William Byrd (Eng componist) (1543-1623): super populaire componist destijds. Gloria tribi Trinitas (ere zij aan de drie-eenheid). Op het Albert Kiespenning orgel (Wijk bij Duurstede) uit 1631
Jan Pieterszoon Sweelinck (1561-1621): Ned Componist uit Deventer en Amsterdam. Psalm 23. Op het Van Hagenbeerorgel (1643) van de Leidse Pieterskerk (17de eeuws_. Sweelinck heeft zo'n beetje alle psalmen getoonzet....). Qua inhoud is Psalm 23 wel de meest troostrijke: "De Heer is mijn Herder, mij zal niets ontbreken...."
Barok: De beruchtste uit die tijd: Toccata van JS Bach (1685-1750). Een beetje organist heeft het wel op zijn repertoire staan.
Uit de laat barok periode: Händel concert "de koekoek en de Nachtegaal" (Tom Koopman). Vrolijke muziek.
Klassiek Romantiek:
César Franck (1822-1890) De Belgische Fransman. Zijn drie koralen zijn berucht. Een gedeelte uit zijn laatste. Hij gebruikt de akoestiek door grote akkoorden te gebruiken, want dat heb je met kerken, als je heel veel nootjes speelt, verzuipt de muziek in de nagalm.
En natuurlijk Brahms: Een van zijn Koraalpreludes opus 122 (laat werk): Mein Jesu der du mich
De Barbier , een draaiorgel uit Antwerpen (1925) en later naar Amsterdam en Groningen (fam Perlee). Daar moet je ook vooral naar kijken natuurlijk (Utrecht speeldoos tot pierement), Geen organist maar een draaiboek!! met gaatjes etc. Een typisch voorbeeld van nieuwe technologie: Boeken voor Orgels en ook vooral pianola's. Er was tenslotte nog geen algemene geluidsdrager.....
"Barbier" was even terug in Groningen
Het theaterorgel met Bert van den Brink. Met de "Grachten". Hij haalt alles uit de kast met een accordeonist.
Wat zijn de beroemdste orgels in Nederland. Een greep:
Haarlem: Het Mullerorgel met 8000 pijpen in de Grote of St Bavo. Mozart en Haydn hebben hier p gespeeld. Het was toen al beroemd.
Nijmegen: König orgel. Een stukje met Joost Langeveld de ex-organist van de Stevenskerk.
Leiden: Hagerbeerorgel (Sweelinck): met soms een niet-gelijkzwevende stemming (dat was vroeger gebruikelijk). Het stemmen van orgels was een ingewikkelde en allesomvattende klus.
Groningen: Heeft berucht mooie orgels. De Volkskrant zet die van de Martinikerk op één. Schnitger, de orgelbouwer gebruikte destijds de pijpen van het oude orgel en maakte een meesterwerk zo zeggen de kenners. We horen Theo van Doeselaar (ook van het concertgebouworgel) opnieuw met Bachs Toccata
In de overgang naar het volgende hoofdstuk: De "Italianen" iets over de uitvinder van de toonladder en de balk: Guido van Arezzo (rond het jaar 1000)
In de vroege Middeleeuwen had je door overlevering veel Latijnse kerkteksten die werden gezongen. Het Gregoriaans. Je ziet een stuk tekst met wat aanwijzingen (neume) voor de toonhoogte. Neumen kwamen uit het Syrisch orthodoxe Byzantijns)
Het duurde jaren voordat je dit soort "muziek" kon zingen. Het waren meer geheugen steuntjes dan echt noten schrift. Er bestonden wel toonladders, zoals tetra- en hexachord.En hexachord is het Do-Re-Mi-Fa-Sol-La (dus zonder de Si), waar bij de toonafstand tussen de Mi-Fa een halve toon is! In die tijd was het volstrekt onduidelijk waar zo'n toonladder begon. Je kon ook op de Re of Mi beginnen (Modi). En iedereen had zo zijn eigen interpretatie van het kerkgezang. In Rome vonden ze dat maar niks, en Guido loste dit op!
Er was destijds een super bekend liedje:
ut queant laxis
resonare fibris
mira gestorum
famuli tuorum
solve polluti
labii reatum
Sancte Iohannes!
Vertaald: Mogen uw dienaren met zachte stem uw wonderdaden doen klinken; Verlos onze bezoedelde lippen van schuld, heilige Johannes.
In ons notenschrift zag dat er als volgt uit:

Guido had in de gaten dat iedere beginregel in de toonladder Ut-re-mi-fa-so-la. En dat heeft hij op een notenbalk (ok: 4 lijnen) vastgelegd. Een doorbraak!! De "Si" liet nog even op zich wachten....
In onze tijd is er nog een bekend liedje, waarmee je toonladders kunt leren: Dat is het Do-re-mi uit de sound of Music. (Julie Andrews). Dus Guido legde een verband tussen de intervallen en muziekschrift en dat was een doorbraak, want nu kun je melodieën vastleggen en doorgeven. De absolute toonhoogte was nog een ander ding. Maar het begin was er.
Kerstliedjes:
Een stukje Gregoriaans: een kind is ons geboren. Inclusief met Arezzo notatie.
Sys willekommen Oude Melodie
Nu sijt Wellecome. Zoals we het nu kennen
Nog een oudje: Er ist een Roos entsprungen, Michael Praetorius
De Bekendste: Stille Nacht, Gruber
Vanwege de Vakantie in Cadiz:
De Falla (1876-1946): de Spaanse Impressionist!! (tijdgenoot van Ravel)
Graf onder de catédral van Cádiz. We Luisteren naar de Vuurdans
En afgelopen zondag was ik in het Concertgebouw met impressionistisch werk waaronder: Sonate voor Viool en Cello. Ik wist niet wat ik hoorde: Twee instrumenten: Ik draai Tres Vif. De Sonate was een hommage aan Claude Debussy (overleden in 1918), waar ook De Falla een werk opdroeg (Homenaje a Debussy). En dat kwam weer omdat het tijdschrift Le Revue Musicale een eerbetoon aan Debussy wijdde (Le Tombeau de Debussy!
En dan nu naar de Italianen.













Reacties
Een reactie posten