K04 Muziek uit Italië (tm de barok)
Italie was vroeger een een heel ander gebied zoals we het tegenwoordig kennen. Voor de muziek die wij kennen is het Italië vanaf de Middeleeuwen het interessantst. Bedenk dat de Romeinen (en ook de Grieken) een enorm stempel op onze cultuur hebben gedrukt. We waren "vroeger" Romeins gebied waarbij je in Nijmegen nog vele resten uit die tijd kan terug vinden.
Voor de romeinse muziek is natuurlijk de Roomse Kerk van belang. Sinds het begin van onze jaartelling zit er in Rome een paus en de kerk heeft veel muziek geproduceerd, die vooral gezongen werd in de kloosters en de kerken. Kijk je naar het kaartje van rond het jaar 1000, dan ziet dat er als volgt uit:
Italië bestaat dus eigenlijk uit allemaal aparte staatjes met Rome (met de paus) in het midden en daaromheen Verona, Venetie, Toscane, Verona, Lombardije. En ieder staatje had zijn heerser en die had weer geld, en daar kwamen de muzikanten weer op af (uit heel Europa overigens). Het leven is wat dat betreft eenvoudig.ut queant laxis
resonare fibris
mira gestorum
famuli tuorum
solve polluti
labii reatum
Sancte Iohannes!
Vertaald: Mogen uw dienaren met zachte stem uw wonderdaden doen klinken; Verlos onze bezoedelde lippen van schuld, heilige Johannes.
Vergelijk het met Do-Re-Mi-Fa-So-La liedje uit The Sound of music.
Er was natuurlijk wel heel veel muziek in die tijd, maar als je het niet goed kan opschrijven, wordt het wel lastig. Het hek is van de dam.
Later werd UT (lastig zingen) DO en SOL veranderde in SO (consequenter).
Naast volksmelodietjes die er ongetwijfeld moeten zijn geweest, was er dus vooral kerkmuziek, wat wij kennen als Gregoriaans (van die Paus). Melodieën en Latijnse teksten waren eenstemming en werden door de eeuwen heen overgedragen. Er was nu eenmaal geen notenschrift.
We luisteren naar een Salve Regina (ook van Guido). Dat Gregoriaans is wel rustgevend. Maar er zijn ook velen die het haten.
Eigenlijk staat de muziek in Italie een beetje stil. Alles is aan de kerk gewijd. De muzikale ontwikkelingen zitten in Frankrijk en van nieuwlichterij moesten de pausen niets hebben, zoals het Ars Nova. Het ontstaan van meerstemmige muziek in de 14de eeuw uit Vlaanderen en Bourgondië.
In Italie duikt de naam Francesco Landini(1325-1397) op.
Als we verder in de tijd gaan komen we bij Ars Subtilor. Een periode waarin de muziek wordt verfijnd. Een ontwikkeling die zich afspeelt in het zuiden van Frankrijk (Avignon). Ik loop er met zevenmijlslaarzen doorheen, maar het laat zien/horen hoe de muziek zich voor de renaissance toch ontwikkelt. We komen uit bij Bartolomeo de Bologna (1405-1427). Ook van hem weten we bar weinig, maar hij zat in Noord Italië (wellicht minder gedoe met de kerk) en belangrijk: hij was een authentieke Italiaanse componist uit Bologna. We horen iets uit Artes Psalentes (de kunst van het psalmen zingen),
Leonardo Da Vinci (1452-1519), componeerde ook en bouwde nuziekinstrumenten. Speelde de lira da braccio (soort viool) en speelde aan hoven om te improviseren. Het genie Leonardo maakte ook puzzels en rebussen met muziek. Wat te denken van deze zin:
Amore sol la mi fa remirare, la sol mi fa sollecita
Alleen liefde doet mij omkijken, zij alleen spoort mij aan
Hij ontwierp ook allerlei muziekinstrumenten, verbeterde fluiten etc.
Als eerbetoon het Fortuna Desperata (Wanhoop, Onfortuinlijkheid) van Antoine Busnois, Josquin Depré (Vlamingen). Muziek zoals die in zijn tijd klonk.
Renaissance: Is een periode die zich over twee (!) eeuwen uitstrekt en er zijn paar reuzen:
Giovanni Palestrina (1525/26 - 1594): Palestrina zit in het Rooms District en hij was 25jr toen hij al bij de paus (Julius III) zat. Hij werd oud en dus veel invloed. Hij schreef veel psalmen en madrigalen (meerstemmig (4) koorwerk). We luisteren naar O bone Jesu. Prachtig verstilde muziek.
Giovanni Gabrielli (+/-1557 - 1612) komt uit Venetië en voerde wat meer instrumentatie bij de zang. Ook in deze tijd verdienden de organisten vooral hun breed als organist. Ik laat een Canzona horen. Een puur instrumentaal werk. Maar ook de inleiding tot een gebed via de Heilige Marcus: deus que beauty Marcum. Meerstemmige muziek met begeleiding.
Tijd voor Claudio Monteverdi (1567-1643): een overgangsfiguur van de renaissance naar de barok. Net zoals overigens Gabrielli deed, maakte ook Monteverdi zijn reizen naar Hongarije en de Spaanse Nederlanden (Vlaanderen). Hij was pionier van de Opera: We horen stukje: L'incoronazione de Poppea
Het is heel lichte toegankelijke muziek. Claudio leefde vooral in Venetië. Als je bij de San Marco zat, dan zat je heel goed. Nog een vesper voor de Heilige Maagd
De renaissance en Barok zijn ook de periode van de alleskunners: homo universalis. Daarom beginnen we met de vader van Galileo (Vincenco) (1520-1591): Luitspeler: Fronimo: De kunst van het luitspelen. Ook de broer van Gallileo was een luitspeler en componist. Galileo componeerde Esch niet, maar hield zich wel bezig met de theorie van de snaren en STERRENKUNDE.
De Barokperiode kent veel beroemde Italianen.
Scarlatti's. Je hebt minstens DRIE beroemde van: de broertjes Alessandro en Francesco en de zoon van Alessandro: Domenico. Verder nog wat neefjes.
Alessandro (Palermo1660-Napels1725): met Monteverdi de grondlegger van de Opera (Napelse School). Is ook de "uitvinder" van de Italiaanse Ouverture: Een stuk ter voorbereiding van een Opera. We luisteren naar de l'assunzione de la Beata Virigine (hemelvaart vd maagd).
Domenico: De zoon is vooral beroemd om zijn 555(!) sonates voor klavecimbel. Het zijn eigenlijk 1-delige oefenstukken uit die tijd, die in setjes van drie konden worden uitgevoerd: met dirverse temopi. Zoals later de sonates uit meerdere delen. Ze nog steeds zijn razend populair
We luisteren naar k380 en zeer herkenbaar.
We kruipen naar de late Barok en komen bij Tomaso Albinoni, die zo schijnt het wereld beroemd is geworden met zijn Adagio in G voor orgelen orkest. Ik laat het eerst horen, want het is zeer bekend.
Het blijkt hoax. Oftewel nep. Nou ja, bijna nep. Zijn biograaf, Giazotto, heeft de baslijn gebruikt en er een stuk omheen gemaakt in 1958. Het is razend populair geworden en gebruikt in diverse films.
En dan hebben we nog de Italiaanse Nederlander (of andersom): Pietro Locatelli (Bergamo:1695-Prinsengracht, Amsterdam 1764). Geboren in Bergamo, komt hij in Rome terecht (les van Corelli). Hij speelt goed viool en is in dienst van Kardinaal Pietro Ottoboni (muziek liefhebber). Na omzwervingen door heel Europa (treedt op voor de keurvorsten in Duitsland), komt hij in 1729 in Amsterdam terecht. Een reden voor zijn verblijf kan ook zijn geweest dat zijn vioolmuziek er werd uitgegeven.
Cornelis Troost maakte een portret/
"De muziekkamer in het huis van de gouverneur in Port Mahon, een hoog, fraai, achthoekige ruimte met pilaren, werd gevuld met het triomfantelijke eerste deel van Locatelli's Kwartet in C majeur."
Allegro
"Giunt' è la Primavera e festosetti
La Salutan gl' Augei con lieto canto,
E i fonti allo Spirar de' Zeffiretti
Con dolce mormorio Scorrono intanto:
Vengon' coprendo l' aer di nero amanto
E Lampi, e tuoni ad annuntiarla eletti
Indi tacendo questi, gl' Augelletti;
Tornan' di nuovo al lor canoro incanto:"
Largo
"E quindi sul fiorito ameno prato
Al caro mormorio di fronde e piante
Dorme 'l Caprar col fido can' à lato."
Allegro
"Di pastoral Zampogna al suon festante
Danzan Ninfe e Pastor nel tetto amato
Di primavera all' apparir brillante."
Allegro
Springtime is upon us.
The birds celebrate her return with festive song,
and murmuring streams are softly caressed by the breezes.
Thunderstorms, those heralds of Spring, roar, casting their dark mantle over heaven,
Then they die away to silence, and the birds take up their charming songs once more.
Largo
On the flower-strewn meadow, with leafy branches rustling overhead, the goat-herd sleeps, his faithful dog beside him.
Allegro
Led by the festive sound of rustic bagpipes, nymphs and shepherds lightly dance beneath the brilliant canopy of spring.








Reacties
Een reactie posten