K03 Brahms (1833 1897)

 Een componist die qua leven wel wat lijkt op Mahler, is Johannes Brahms. Hij kwam tenslotte ook uit een arm gezin, vernietigde zijn eerste werken en streefde er ook naar om a la Beethoven veel Symfonieën te componeren. Maar Johannes was wel wat eerder natuurlijk en wordt tot de laat romantici gerekend.

Brahms werd in Hamburg in 1833 geboren als zoon van een Café/straatmuzikant en een naaister. Kortom het gezin had het aanvankelijk niet breed. Zijn vader herkende al vroeg het talent van zijn telg en toen hij tien was speelde hij al de pianopartij van Beethovens kwintet op. 16. (hier het derde deel, rondo)

Het was ook in die tijd dat hij volksliedjes verzamelde en zijn eerste pianosonate schreef. Zijn vader was een multitalent, want hij speelde van alles en speelde later in het Hamburgs Staatsorkest. Papa vond het componeren van zijn zoon wel leuk, maar daar kon je geen brood mee verdienen.

Johannes kreeg les van Eduard Marxsen, een ouwe rot die Schubert en Beethoven persoonlijk had gekend. Misschien verklaart het de hang van Brahms naar de klassieken: Beethoven, Haydn, Bach. De composities van Brahms waren min of meer verankerd in deze traditie.

In 1847 maakt Johannes zijn debuut als pianist (14jr) met een fantasy van Sigismund Thalberg en de Waldstein sonate vanBeethoven. En hij speelde natuurlijk ook zijn eigen werk. Zoals zijn scherzo Opus 4 of zijn derde sonate Op. 5. Het is nogal een binnenkomer, waarbij de melodie op zich laat wachten.

Nu was Johannes tamelijk kritisch op zijn eigen werk en hij bestond het dat hij het meeste van zijn composities vernietigde omdat hij het niet goed genoeg vond.We hebben nog een kort Lied "Heimkehr", waarbij het nu al opvalt dat heel breed van opzet is, maar toch kort (typisch Brahms).

Als Johannes een dikke twintig is trekt hij op met een violist Ede Remeneyi en voeren veel Hongaarse 

Muziek uit (Csardasz)
Hierop zijn zijn Hongaarse dansen gebaseerd (tussen 1869 en 1880 geschreven). Immens populair waren ze. Hier de vijfde. Johannes ontmoet nog een andere violist, en dat is Joseph Joachim, die een ster is, ook Liszt komt in zijn leven angs.
In 1853 gaat Johannes naar Dusseldorf met een aanbevelingsbrief (zo ging dat in die tijd) van Joachim op zak. Hij bezoekt de familie Schumann (Johannes is nog een jonge knul van 20jr).



Robert is een bekende grootheid inmiddels en schrijft een heel positief artikel over Johannes' compositiekwaliteiten ("een nieuwe Beethoven"). Samen met Albert Dietrich en Robert schrijft Brahms mee aan de FAE (Frei aber Einsam) vioolsonate voor Joachim. "Intermezzo" door Robert, Johannes schrijft het Scherzo. Het klinkt al even gedreven als de muziek van Robert. 
Schumann zorgt er nu ook voor dat zijn werk wordt uitgegeven (Breitkopf) en dat maakt hem alleen maar populairder. Robert is depressief en doet een zelfmoordpoging en komt in een gesticht terecht waar Clara hem NIET mag opzoeken maar Johannes wel (postiljon d'amour). Robert overlijdt er in 1856 (Brahms is 22, Clara 37jr). Johannes heeft grote bewondering voor Clara, maar wil zich toch niet binden en dat is lastig. Clara, die een popster is, promoot Johannes door veel werk van hem te spelen.

Hij componeert intussen zijn 1ste Pianoconcert. Het is redelijk bekend, maar in het begin werd het niet zo positief ontvangen (1859). En dat heeft ook weer effect op zijn uitgever, die niet meer zo happig om zijn werk uit te geven. Een stukje uit het derde deel. Het is eigenlijk of je een beetje naar Beethoven luistert. Rondo
Intussen is de muziekwereld verder aan het verjongen met Wagner, Liszt. We noemen het "De Nieuwe Duitse School". Johannes was wat behoudender en dat werd hem natuurlijk verweten. Johannes sukkelt dus met zijn populariteit, wordt zo nu en dan verliefd, maar wil zich niet binden. Hij wil zich geheel aan de muziek kunnen wijden (Mahler deed dus ff anders).

Omdat het in Wenen te doen is gaat hij daar heen en hij leidt daar zangkoren. Hij brengt de klassieken tot leven (Bach, Schütz, Gabrieli). Ook componeert hij koorwerken en verblijft in Lichtental (Van de Schumanns), waar hij kan componeren. Onder invloed van de Straussen schrijft hij de Liebeslieder_Walzer voor vier stemmen en quatre-mains. Vrolijke muziek. We luisteren naar een, drie en zeven.

Een van zijn omvangrijkste werken ontstaat hier (1866): Een Deutsches Requiem (dik uur). Men vindt het soms pathetisch etc. en dus wat ouderwets. We horen het slot.
Het is stuk is ingegeven door het overlijden van zijn moeder en betekende de vestiging van zijn naam in de muziekwereld. De teksten komen niet uit een katholieke dodenmis, maar rechtstreeks uit de "Lutherse" bijbel. Hij was dus tamelijk geëngageerd met de religieuze werken. Bedenk dat Johannes eigenlijk nog aan het begin staat (33jr) van zijn carrière. 

In deze tijd ontstaat ook het Wiegenlied, dat zijn oorsprong ook "des Knaben Wunderhorn" vindt. Het was destijds een populaire verhalenset. En het wiegenlied (hier met Renee Fleming) is wellicht een van de meest gezongen liedjes. Het is gewijd aan een oude vlam van Johannes, Bertha Faber.

Johannes voltooid na 20(!)jr zijn eerste symfonie (Johannes was 43jr!), die gekscherend /vleiend ook wel Beethovens 10de wordt genoemd (hij gebruikte veel citaten uit de 9de v Beethoven!). Hij was zo onzeker voor zijn eerste symfonie, dat hij het voortdurende aanpaste etc. Hij wilde de traditie voortzetten maar toch vernieuwend zijn. Van Het symphonische gedicht (Nw Duitse School) moest hij niet veel hebben. Met het succes van het requiem durfde hij het aan....
We horen eerst het allereerste stukje met die pauken.Waarbij je al na een paar maten het idee hebt dat je er een uur naar luistert. Dat komt omdat Brahms lange muzikale zinnen maakt. We stappen over naar het derde deel (poco Allegretto). 

Toen het eerste schaap over de dam (1876) was, ging het componeren van de andere drie symfonieën  een stuk soepeler. Brahms is productief en hij wordt steeds bekender en dus ook rijker. Hij geeft weinig om geld, en schenkt het aan jong talent die het meer nodig hebben, zoals Antonin Dvorak.
Van de Univ van Breslau krijgt hij de opdracht een feestelijke ouverture te schrijven. Het zit vol met citaten en bekende liedjes (Gaudeamus Igitur etc.). Gewoon een leuk stuk. Hij krijgt prijzen en hij laat zijn baard staan. Sommigen kenden Johannes niet meer terug.
 

We gaan luisteren naar twee beroemde werken van Brahms:
Vioolconcert (1878). Het is opgedragen aan Joseph Joachim, die ook de premiere speelde. Het derde deel (Allegro). Ook dit stuk heeft veel Beethoven trekjes, maar bleek aanzienlijk moeilijker. Zozeer dat men het soms meer anti dan pro-viool vond. Tegenwoordig is het natuurlijk super populair.
Het andere stuk is zijn 2de pianoconcert (1882). Het kwam 22jr na zijn 1ste concerto. Hij schreef erover naar Clara als een klein scherzo, maar het bleek heel groot(s) te zijn. Het bleek meteen een groot succes.
Het aardige is dat Johannes kennismaakte met de jongere Mahler. Er was wederzijdse waardering.

Tenslotte wat kamermuziek: Het Adagio uit zijn derde vioolsonate. Wat een begin.
En tenslotte: Intermezo 2. Op. 118. Wat een rust en melodielijnen!

Johannes overlijdt (Wenen 1897) aan Alvlees en leverkanker als hij 63jr. Iemand met een enorme invloed op de muziekgeschiedenis die ruimschoots kon wedijveren met Beethoven natuurlijk maar wel wat later natuurlijk.


Brahms met zijn grote vriend Joh Strauss jr.









Reacties

Populaire posts van deze blog

K04 Muziek uit Italië (tm de barok)

J04 Tsjechië (Bohemen) II

K02 Het Orgel met aanverwante instrumenten